Pieter

Vanochtend overleed na een lang ziekbed Pieter van Oudheusden, schrijver, scenarist en stripliefhebber.

Zeven jaar geleden, toen ik nog een beginnende tekenaar van 18 was, tipte Pieter mij bij zijn uitgever De Eenhoorn. Daar had hij enkele boeken gepubliceerd. Zij zochten een strookstrip voor hun jeugdkrant Kits. Op zijn aanbevelen mocht ik een concept uitwerken, wat later “Slimme Pim” zou worden. Deze strip loopt nog steeds, na zeven jaar onafgebroken in de Kits te hebben gestaan. “Slimme Pim” was mijn eerste kennismaking met het beroep striptekenaar. Inmiddels heb ik tien strookstrips gehad. Het is mijn werk geworden en ik ben nog elke dag blij dat ik het mag doen.
Gisteren op de Boekenbeurs in Antwerpen, waar ik bij De Eenhoorn mijn eerste kinderstripboek signeerde, hadden we het nog over Pieter. De auteurs wisten wie hij was en vertelden me over hem. Hoe zij met plezier zijn boeken lazen, en dat het zo’n aardige man was. Veel auteurs wisten niet dat het slecht met hem ging.

slimmepim114c
(boven: Slimme Pim)

Pieter was een lieve, sociale man. Hij praatte honderduit. En hij was kritisch. We zagen elkaar enkele keren per jaar om in Café Dudok in Rotterdam “lekker te klagen” over alles en iedereen, met een tosti en koffie. Tekenaars, schrijvers, uitgevers. Niks werd gespaard. Soms vroeg ik me af of hij bij anderen net zo over mij zat te klagen. Vast wel! Maar dat maakte mij eigenlijk niks uit.
We sloten altijd af met een nieuw project om mee te starten. Hij ging schrijven, ik tekenen. Voor de nieuwe Zone. Of de BoekieBoekie. Of De Eenhoorn. We maakten enkele strips samen, de meeste bleven op de plank liggen. Hij had echter altijd inspirerende ideeën. Zo ook voor ons laatste project, “Land’s End”*, wat hij me in 2011 stuurde.

Dat hij ziek was hoorde ik pas vrij laat, begin dit jaar. Hersentumor. Zijn operaties waren al achter de rug. Er was zelfs al een documentaire gemaakt over zijn tijd in het ziekenhuis. Ik had hem al veel te lang niet gezien. Toch nodigde hij me uit om naar Dudok te komen op zijn verjaardag. “Dat is onze traditie”, zei hij. Een dag van tevoren vroeg hij of ik toch bij hem thuis kon afspreken, want Dudok zou teveel energie kosten. Op de één of andere manier realiseerde ik me toen pas hoe ernstig het was.
Het was zijn 56e verjaardag. Er was zelfgebakken taart, maar die smaakte bitter. Er was weinig te vieren. We konden echter nog goed met elkaar praten en hoewel hij vertelde dat hij moeite had met  bepaalde dagelijkse dingen, merkte ik dat niet per se. Pieter kwam niet ziek over. Hij was wat stiller, dat wel. En het litteken op de zijkant van zijn hoofd loog evenmin.

De keren dat ik Pieter daarna zag herkende ik hem steeds minder terug. Niet in zijn uiterlijk, maar in zijn doen. Hij praatte weinig. Hij klaagde niet meer. Hij keek alleen rond en dacht na.

“Land’s End” was een strip die Pieter schreef naar aanleiding van de dood van mijn vader, vijf jaar geleden. Hij overleed na jaren kankerpatiënt te zijn geweest. Al heel lang was Pieter gefascineerd door de relatie tussen vaders en dochters. Ik vertelde hem dat ik mijn stripfiguren sindsdien geen vaders meer had meegegeven, onbewust. Ook Slimme Pim had enkel een moeder die in beeld kwam. Ik was ervan overtuigd dat ik pas weer vaderfiguren kon tekenen als ik mijn vaders dood verwerkt had. Dat vond Pieter boeiend, de strip als therapie. “Land’s End” was een verhaal van 6 pagina’s over een dochter die haar zieke vader voor de laatste keer ziet. De beelden waren symbolisch en poëtisch. Herinneringen van een zeeman dringen zich op in zijn eigen huis en aan zijn sterfbed. Ik had niet eerder zo’n verfijnd en emotioneel verhaal van Pieter gelezen. Ik verzekerde hem echter dat ik de strip pas kon maken als ik in mijn hoofd afscheid had genomen van mijn eigen vader. Dat vond hij goed.
Twee jaar later, afgelopen februari, mailde hij met het nieuws dat de realiteit ons had ingehaald. Hij had kanker. Leefde met de dag. Wist niet hoeveel tijd hij nog had. En hij vond het zo erg voor zijn dochters, Fay en Nana. De strip ging nu niet langer over mij, maar over hem. De strip moest ik afmaken. Het had nu een bittere urgentie gekregen die wij niet hadden voorzien.

Na tientallen keren opnieuw te zijn begonnen, was de strip in oktober van dit jaar af. Het leek een eindeloos project. Nooit was het goed genoeg. Achteraf gezien wilde ik waarschijnlijk het maken van de strip rekken, omdat ik wist dat dit onze laatste samenwerking zou zijn. Dat mocht niet over zijn. “De strip als therapie”… Pieter had er vast van gesmuld, had hij het geweten.
Dat Pieter de strip schreef met een andere intentie dan toen ik de strip tekende, maakte het een heel vreemd stripproject. Een project waarin fictie en realiteit angstaanjagend dicht bij elkaar staan. Toen de strip dan toch af was, ben ik Pieter snel gaan zien. Hoewel ik al was gewaarschuwd, was het een hele zware ontmoeting. Pieter was stil. Ik weet niet of hij mij herkende, niks wees daarop. De strip herkende hij gelukkig wel. Hij heeft hem aandachtig gelezen en hij glimlachte. Dat deed me goed. Toch bekroop me een gevoel van spijt. “Als ik sneller was geweest, dan…”

06

(boven: fragment Land’s End)

Gisteren belde Annette mij of een beeld uit “Land’s End” op de rouwkaart gebruikt mocht worden. Meteen stemde ik toe, met de gedachte dat dit een voorbarig telefoontje was. Ik kon niet weten dat hij zijn laatste nacht tegemoet ging.

Pieter, ik ga je ontzettend missen. Je was een creatieve, inspirerende en sociale duizendpoot met een grote liefde voor strips en voor de kracht van het verhaal. Je zult altijd blijven bestaan in je verhalen.
Ik ga door met tekenen. Hoe moeilijk dat ook is. Morgen moet er immers een nieuwe “Slimme Pim” ingeleverd worden…

Veel sterkte aan alle nabestaanden en vrienden in deze moeilijke tijd. Annette, bedankt voor je gastvrijheid afgelopen jaar. Ik ben blij dat ik hem nog zoveel heb mogen zien.

Pieter, bedankt.

Aimée

*De strip “Land’s End” zal verschijnen in het eerste nummer van Zone5300 in 2014. Een korte proloog zal het verhaal en het maken ervan toelichten.